Straatretraite
- 19 jul 2016
- 10 minuten om te lezen

Een week of 2 geleden ben ik terug gekomen van mijn eerste straatretraite. Ik heb beloofd om daar wat over te schrijven, en dat wil ik ook graag want ik ben er nog steeds wel vol van, alhoewel er daarna ook al wel weer van alles is gepasseerd (een retraite, afscheid in Upaya, een lange reis en weer aankomen in Nederland). Maar tegelijkertijd vind ik het lastig. Ik wil er graag over schrijven, maar hoe en wat? Er is zo veel over te zeggen...
Want het was me nogal wat. Het was heftig, intens, vermoeiend en tegelijkertijd was het prachtig en voelde het ook bevrijdend. Het bracht veel omhoog: plezier, verdriet, enthousiasme, inspiratie en veel dankbaarheid.
Maar laat ik bij het begin beginnen. Op donderdagmiddag 30 juni begonnen 9 mensen en 1 hond aan de straatretraite voor Upaya residents in Santa Fe. In mijn vorige mail had ik het nog over Albuquerque, maar ter elfder ure had Joshin besloten het toch in Santa Fe te doen. Tijdens de laatste straatretraite in april was Albuquerque toch tamelijk gevaarlijk gebleken (de deelnemers hadden toen een schietpartij zien gebeuren). Santa Fe dus, wat mij niet zo veel uitmaakte.
Die donderdagmiddag gingen we te voet op weg van Upaya Zen Center langs de Santa Fe River naar het centrum van Santa Fe. Op naar het onbekende... Ik was vooral heel erg benieuwd. Benieuwd naar wat ik tegen zouden gaan komen, ook in mezelf. Tijdens de eerste luisterkring -waarin we onze ervaringen deelden- vertelde ik dat ik wel van nieuwe ervaringen en uitdagingen hield (tot op zekere hoogte) en dat dit zeker in die categorie zou vallen, en dat ik nog nooit eerder iets had gedaan dat leek op wat we nu gingen doen. Ik verwachtte wel het een en ander aan ontberingen mee te gaan maken, en ook eigenlijk wel dat mijn hart opengebroken zou worden.
Met die ontberingen viel het best wel mee, het was minder zwaar en lastig dan ik vooraf had ingeschat. Het weer hielp ook mee: het was droog en niet te heet. Behalve op de laatste dag, die was heet, Maar toen lonkten de douches in Upaya al weer.
Met eten ging het ook goed. Van tevoren zag ik daar wel een beetje tegen op, mijn eetlust is doorgaans niet gering en ik heb ook wel zo mijn voorkeuren en eigenaardigheden rond eten,in feite ben ik ook wel verwend. Maar het viel allemaal erg mee. Ontbijt en lunch hebben we steeds gegeten op plekken waar daklozenmaaltijden werden geserveerd, en daarbij heb ik wel wat dingen onaangeraakt op mijn bord laten liggen, maar over het algemeen heb ik gewoon gegeten wat me voorgeschoteld werd (inclusief rode hot dogs!) zonder lange tanden. Geen probleem. Voor het avondeten was er niet zoiets waar we naar toe konden, en dat moesten we dus zelf bij elkaar zien te scharrelen. Dat ging eigenlijk verbazingwekkend makkelijk, ik heb geen moment honger gehad. Bijvoorbeeld, op de eerste avond was onze eerste poging om eten te bemachtigen bij een mooie grote bakkerij die heel goed brood bakt. Daar was het gelijk raak. Kosho en ik vonden in een grote afvalcontainer achter de bakkerij gelijk een hele partij weggegooide broden. Sommigen waren duidelijk verbrand of anderszins niet goed, anderen zagen er voor ons prima uit. Twee gigantische, tamelijk goed uitziende en behoorlijk goed smakende broden hebben we meegenomen. Tegelijkertijd hadden een paar anderen van onze club een poging gewaagd om de mensen van de bakkerij te vragen of ze misschien nog wat hadden liggen dat ze weg gingen gooien en dat wij zouden mogen hebben. Weer raak. Zij kwamen met een vuilniszak gevuld met een stuk op 10 kleine tot redelijk grote broden naar buiten. Bij een andere winkel leverde dezelfde strategie nog wat trossen bruine banaantjes op. Meer dan genoeg voor die avond, en de volgende dag hebben we er ook nog van gegeten.
En ook het slapen ging best redelijk goed. Onze eerste optie voor een slaapplek was een park naast Trader Joe's (een supermarkt). En dat bleek inderdaad een goede plek. In dat park waren 2 honkbalvelden, en in de twee dugouts van een van die velden maakten we kamp. Boven één dugout hing een bordje 'HOME', boven de andere hing een bordje 'VISITORS'. Naast Trader Joe's vonden we afvalcontainers met kartonnen dozen. We hadden zelfs het geluk dat ze vooral gevuld waren met van die hele grote dozen die worden gebruikt om fietsen in te verzenden. Uitstekend geschikt om op te slapen. Uit zakken gevuld met proppen plasticfolie wisten we kussens te maken. De eerste nacht sliep ik niet veel. Ik had het koud, was mijn dekentje vergeten. De volgende dag had ik in een tweedehands winkel die ook daklozen helpt een slaapzak gekregen, en dat hielp. Verder vonden mijn heupen karton op beton toch wel erg hard de eerste nacht. Daarna leerde ik om een klein plasticfolie kussentje rond mijn heupen te leggen. Ik sliep er best goed. Toen ik na die eerste, vrij beroerde nacht wakker werd was ik verbaasd om van de anderen te horen dat er die nacht vlak bij in het park een hoop lawaai geweest was. Een aantal jonge mannen hadden ruzie gemaakt wat voor de mensen van onze groep die wakker waren toch behoorlijk bedreigend voelde. Blijkbaar was ik er totaal doorheen geslapen. Ik heb me daar ook helemaal niet onveilig gevoeld. (Op andere plekken ook niet, trouwens.) Omdat het daar prima beviel hebben zijn we daar 's avonds steeds naar teruggekeerd. We mochten daar natuurlijk niet slapen, maar we hebben gelukkig geen nachtelijk bezoek van de politie gehad. Aan het eind van de retraite gingen we ons plekje in het park ook 'home' noemen.
En ik heb ook echt genoten van de straatretraite. Het voelde soms ook echt heel open, vrij en licht. Heerlijk! Wat ik ook mooi vond om te merken was dat ik me steeds minder zorgen maakte over of het 'gek' was wat we deden en over wat mensen van mij/ons zouden denken. Het was heel fijn om zonder gêne in een park te zitten mediteren of Tai Chi te doen. Op de eerste middag, toen we tijdens onze wandeling van Upaya naar down town Santa Fe langs een redelijk chique cafe/restaurant liepen ging Aïne (een heel leuke, best netjes geklede jonge vrouw) in hun afvalbak op zoek naar koffie of zo. Dat had ik toen nog helemaal niet aan zien komen, ik vond het wel een beetje shocking. Ik zag dat voorbijgangers naar haar (en ons) keken en ik merkte ook dat ik dat gênant vond. Een paar uur later was ik zelf ook al vrolijk aan het 'dumpsterdiven' [NL: een dumpster is een afvalcontainer, diving is duiken] en was ik blij met gevonden botjes voor Maia (Aïne's hond), en de broden achter Sage bakery.
Wat voor mij misschien wel het mooist en het meest waardevol van de straatretraite was, was om me onbekommerd tussen de daklozen te begeven en te bewegen. Het loslaten van het gevoel om je te goed te voelen, te succesvol of te wat dan ook, om tussen die mensen te gaan zitten, en gewoon te zien wat er gebeurt of ontstaat. In de wereld van de daklozen is er heel weinig schone schijn, ze zijn heel weinig bezig met het ophouden van een image of een air van succesvolheid of belangrijkheid of zoiets. Ze staan onderaan de sociale ladder en dat weten ze. Tussen die mensen voelde ik zelf ook helemaal niet de behoefte om mezelf op de een of andere manier op te poetsen of in een gunstig licht te plaatsen. En daardoor kon ik ook zien hoe zeer ik het gewend ben dat mensen dat wel doen, hoe veel energie ze daar aan besteden, en hoeveel gedoe, zogenaamde verschillen en afgescheidenheid dat creëert. Zó onnodig, en zó jammer!
De daklozenmaaltijden waren voor mij dan ook de krenten in de pap, al was het soms ook heftig. Op de eerste hele dag begon het prachtig.
's Ochtends gingen we naar het Leger des Heils, waar een ontbijt wordt geserveerd voor daklozen. Het was er redelijk leeg. Ik ging niet bij een bekende zitten, maar tegenover een vrouw van rond de 50, Janet. Janet begon eigenlijk vrij snel te praten, en er ontspon zich een heel mooi en openhartig gesprek. Ze stond nu een paar maanden droog, stond op het punt om uit haar huis gezet te worden, maar had wel een plan. En ze stond dus droog, waar ze heel blij mee was. En ik ook. Ze vertelde ook over heftige tijden in het verleden (een vriend die vermoord was door zijn vriendin; ze dronken allebei) en hoe het toen helemaal mis ging met haar, ook qua alcohol. Ik was heel erg geraakt en ontroerd door haar verhaal, haar ogen, haar kwetsbaarheid en vooral door haar nieuw hervonden hoop en vertrouwen. Ik denk dat zij dat ook zag in mijn ogen en daar weer door geraakt was. Een prachtig geschenk!
De lunch aten we bij de Katholieke kerk van Onze Dame van Guadalupe. Ik ging tegenover twee onbekende mannen zitten, en had met één van hen een tamelijk kort en oppervlakkig gesprekje, en verder niet. En dat was ook helemaal oké. Ik genoot er van om daar te zijn. Ik voelde me (zoals ik me die ochtend bij het Leger des Heils ook al had gevoeld) ontspannen en op mijn gemak. Ik had totaal geen last van belemmerende gedachten als "ze vragen zich natuurlijk af wat ik hier moet" of "ze zien allemaal dat ik geen dakloze ben, ze vinden me vast een nepper of zo". Sterker nog, zoals ik die middag tijdens de luisterkring ook zou delen, ik zou bijna zeggen dat ik me daar thuis voelde. Thuis, stel je voor! Recht voor waar ik zat te eten werd er eten geserveerd. Regelmatig werd mijn aandacht getrokken door een lange, slanke, grijze dame die daar drankjes stond te serveren. De vriendelijkheid, het respect en de liefde waarmee ze de mensen op een beeldschone glimlach stond te trakteren (en soms zelfs een lieve aanraking) vond ik zó ontroerend en zó inspirerend! Ik moest denken aan de woorden van moeder Teresa: "Behandel ze allemaal als Jezus in vermomming." Weer zo'n mooi geschenk!
Op de tweede en derde dag wilde ik ook weer heel graag naar daklozenmaaltijden gaan, en genoot ik er van om daar te zijn, maar was het gevoel erbij wel veel zwaarder. We gingen naar Pete's place, een daklozenopvang waar ook lunch geserveerd word. Ik had daar heel aangename, lange gesprekken met Lori, die 6 jaar dakloos was en een flink deel daarvan in Pete's place had gewoond. Tijdens ons eerste gesprek zat ik een hele tijd naast haar, net naast de voordeur van Pete's place, te wachten tot de lunch klaar was. Er kwamen allerlei vaste klanten langs die soms ook interacties met haar hadden waar ik getuige van was, en zo kreeg ik ook een inkijkje in het leven in Pete's place. En dat viel niet mee. In die populatie komt veel verslaving voor, en zelfs als je zelf niet verslaafd bent leef je tussen de verslaafden. En verslaafden zorgen doorgaans heel slecht voor zichzelf, en maken het bovendien mensen om hun heen vaak knap lastig. Heavy!
Een aantal gezichten van daklozen die ik tegen ben gekomen hebben flink indruk gemaakt.
Een nog redelijk jonge vrouw die 3 keer in Afghanistan heeft gediend in het Amerikaanse leger. Ik kan aan haar zien dat ze nog niet zo lang geleden een stoere, krachtige vrouw geweest moet zijn. Maar dat is ze nu niet meer. Ze is zwaar aan de drank en in haar gezicht en in haar blik zie ik wat de oorlog heeft aangericht. Een verwoest leven, of op zijn minst zwaar beschadigd. Verschrikkelijk!
Op de laatste avond, onderweg naar onze vaste slaapplek, lopen Joshin, Kosho en ik ineens een grote, stevige Indiaanse jongen tegen het lijf, die er overduidelijk beroerd aan toe is. Hij is high, en niet zo'n klein beetje ook, en in zijn blik zie ik wanhoop en groot lijden. Hij zegt: "I wanna shoot myself" [Ik wil mezelf overhoop schieten]. Joshin hoopt het verkeerd verstaan te hebben of hem op andere gedachten te brengen en vraagt: "Do you want to shoot up?" ["Wil je drugs spuiten?"] Hij lijkt niet echt te reageren en zegt dan toch weer: "I wanna shoot myself" Er is geen pistool of zo te zien, maar toch... Joshin vraagt of hij wat eten wil, en hij knikt en mompelt iets bevestigends. In mijn rugzak heb ik nog het een en ander wat ik die dag gekregen heb, en ik geef hem een paar zakjes waar wel van alles in te vinden is. Ik vraag me af: "Wat nu?" Dan loopt hij ineens weg, tussen de auto's door de straat over, die op dit tijdstip toch nog redelijk druk is. In het midden van de weg, tussen de rijrichtingen in, blijft hij even staan, laat een van de zakjes eten op de grond vallen, bukt zich om het te pakken en bij het overeind komen weet hij zich maar net staande te houden. Hij vervolgt zijn weg naar de overkant tussen de toeterende en afremmende auto's door, en loopt richting een tankstation. Ik weet opnieuw niet wat te doen. Dan lopen wij ook weer verder, af en toe omkijkend om te kijken of hij niets heel geks doet en later om te kijken we hem nog zien. Wat kan je doen? Dan lopen we toch maar verder...
Nu, achteraf, merk ik dat het blijft trekken, de straat, straatretraite, de daklozenplekken. Zeker de eerste dagen na de straatretraite, maar ook nu nog wel. Dit was vast niet mijn laatste straatretraite, ik heb al gekeken wanneer zich een volgende gelegenheid aan dient. Ik zie er nog geen, maar dat komt wel. En ik zie mezelf ook wel vrijwilliger worden in zo'n daklozenopvang. Dat was iets dat ik van tevoren echt niet verwacht had.
In de week na de straatretraite hebben we met de deelnemers een bijeenkomst gehad over wat we met het opgehaalde geld gaan doen. Het plan is nu om het niet alleen bij geld geven te laten, maar zelf als Upaya gemeenschap ook in actie te gaan komen. In ons groepje was daar veel animo voor, en we denken dat er ook daarbuiten in de Upaya familie voldoende interesse zal zijn. In de wintermaanden worden er in Pete's place avondmaaltijden geserveerd. Groepen vrijwilligers kunnen zich daar voor inschrijven, en ons plan is nu om één keer per maand (om te beginnen) met mensen van Upaya op een maandag- of dinsdagavond daar een maaltijd te verzorgen. En dan een echt goede. We hebben zelf ondervonden dat de quantiteit van het voedsel meestal geen probleem is, de kwaliteit laat vaak wel te wensen over. Dat willen wij anders doen. We hebben ook een infrastructuur die dat mogelijk maakt: een keuken waarin we gewend zijn om goede, voedzame maaltijden voor grote groepen te maken, onze vaste inkoopadressen, en mensen die de maaltijden bereiden kunnen. Die moeten we dan alleen nog naar Pete's place brengen, en daar dan serveren. We willen dan ook zelf weer tussen onze klanten gaan zitten om te eten. Iedereen was heel enthousiast over dit idee, en ik ook. Ik kijk er zelfs naar uit! Deze winter ben ik weer in Upaya en hoop ik het mee te gaan maken!


Opmerkingen