Mail aan mijn sangha
- 21 apr 2015
- 8 minuten om te lezen
"Dag lieve sangha,
Ik heb bij mijn afscheid nog een paar lieve mails van sommigen van jullie mogen ontvangen, waarvan ik nog niet eens op alles heb gereageerd :-/ En sinds ik hier ben nog een paar mailtjes van sangha-mensen. Zo veel tijd breng ik niet door achter de computer, dus ik loop flink achter :-(
Dus, in het kader van de efficiëntie, en omdat ik gok dat er nog wel meer mensen geïnteresseerd zijn in het wel en wee van Baizan in Santa Fe, hierbij dan een update aan jullie allemaal.
Om maar te beginnen bij de naam, Baizan, die gebruik ik hier nu ook. In eerste instantie heette ik hier Willem en noemden ze me ook zo, wat voor Amerikanen niet evident is. Sommigen deden hun best om er iets West-Europees-klinkends van te maken, maar kwamen dan toch gauw uit bij iets wat voor mij verdacht veel weg had van Wilhelm :-( Ach ja, Duits, Nederlands, weten zij veel... Goed bedoeld, wellicht, maar ik zelf werd daar dan weer niet heel blij van. En na een week of zo heb ik iedereen verzocht me voortaan aan te spreken met mijn dharmanaam. En dat doen ze nu ook, en dat vind ik fijn. En niet alleen vanwege de uitspraakmoeilijkheden, trouwens. Wel een beetje gek om na 38 jaar in eens met een andere naam aangesproken te worden (de naam Willem hoor ik hier namelijk helemaal niet meer). En toch, het went snel, en het voelt goed om zo genoemd te worden, het is toch snel gaan voelen als mijn naam. Willem is ook speciaal, die naam deelde ik met mijn geliefde Opa. Maar deze naam heb ik van Sensei gekregen, en toen ik hem voor het eerst hoorde (Plum Mountain) was ik er wel door verrast, maar ik ben er al snel van gaan houden. En het is ook fijn dat het in deze omgeving niet gek is om een dharma-naam te gebruiken. Sommigen gebruiken hier hun dharma-naam, anderen hun ' streetname' . En ik geloof dat mijn voornamelijk Amerikaanse medebewoners mijn naam ook wel kunnen pruimen. Zoals mede-resident Eric kernachtig opmerkte over Baizan: "It rolls right off the tongue".
Het gaat me goed hier. Ik slaap goed, het eten is lekker en bevalt me goed. De huid van mijn handen droogt hier wel heel makkelijk uit, ik moet echt een paar keer per dag smeren met handlotion, anders krijg ik gewoon allerlei wondjes/scheurtjes/barstjes. Verder vind ik het klimaat en de hoogte (2200 meter boven NAP) fijn. Ik voel me fit en sterk. Het weer is vrij eentonig (veel zon en elke dag zo'n 20 graden) maar het verveelt me niet ;-)
Nou ja, van de week was het een paar dagen wat kouder en zaterdag lag er bij het opstaan ineens een centimeter of 8 sneeuw, prachtig! Dat was bij het middaguur overigens al weer zo'n beetje verdwenen. En dat was het trouwens ook wel zo ongeveer wat we qua neerslag de laatste weken hebben gehad.
Er loopt hier af en toe een groepje herten over het terrein, er zijn hier ook slangen (kleintjes), salamandertjes, gezellige konijntjes, en allerlei leuke vogeltjes (waarvan ik op de kraaien na hun namen niet ken). Nog een vogel waarvan ik de naam wel ken is de mocking bird. Die zit elke ochtend prachtig te zingen op zijn vaste stekje boven in een boom waar we langs komen als we na de zazen en de ochtendservice naar het ontbijt lopen. Soms blijven mensen er bij staan luisteren, en mede-resident Greg (een visser uit Alaska die hier periodes als resident is en zich dan bezig houdt met het onderhoud van de gebouwen en het terrein, een fijne vent) wist zijn naam. Een paar dagen gelden zag ik toen ik tijdens de oriyoki maaltijd/ceremonie als serveerder stond te wachten in de 'sun room' - de ruimte naast de zendo die uitkijkt op de tuin- hoe een havik (of zoiets) een vergeefse maar desalniettemin tamelijk spectaculaire poging deed om een eveneens niet nader geïdentificeerd vogeltje te verschalken, en daarna zittend op het mutsje van het beeld van Jizo Bodhisattva (denk ik) een flinke kak naar achteren lanceerde, daarbij Jizo gelukkig ternauwernood ontziend. Nou ja, eerlijk gezegd is ternauwernood misschien een beetje overdreven, maar ik vond dat dat woord de zin net wat mooier en geestiger afmaakte. Dichterlijke overdrijving, zullen we maar zeggen ;-)

Het dagprogramma is meestal best wel vol, met op een gewone dag zo'n 5 uur samu (werkmeditatie). Ik heb minder downtime dan ik gewend was.
Ik deel een best mooie kamer met een mede-resident (Arthur, een ietwat rommelige en niet superstabiele, maar aardige New Yorker van 32, die geen slechte kamergenoot is, hij is 's nachts bijvoorbeeld heel stil :-) ) in een gebouw waar de meeste residents gehuisvest zijn. Dat gebouw is het meest rommelig, het minst mooi, en het meest drukke van alle gebouwen hier op het terrein. Nou is dat ook niet zo erg, want de meeste gebouwen hier zijn knap chique. Maar het is hier wel vrij vol, en ik heb hier dus niet zo veel privacy. Verder is het niet altijd zo rustig als ik graag zou willen, een flink deel van de residents is vrij jong, en zij hebben meer behoefte aan gezelligheid en kletsen en zo.
Ik probeer een evenwicht te vinden tussen me terugtrekken en stilte opzoeken aan de ene kant en socializen aan de andere kant. Soms denk ik dat dat vrij goed gaat, en soms een stuk minder en wordt het allemaal wel wat te veel hier. En dan verlang ik naar meer stilte. Dus da's ook een onderdeel van mijn leven hier, en van mijn practice. Werk in uitvoering. Ik heb ook eigenlijk wel wat minder aansluiting met de resident community dan ik van tevoren had ingeschat, velen zijn nog wel jong en een aantal zit vind ik erg in hun hoofd. Ik voel minder warmte dan ik graag zou willen. Sommigen mag ik wel echt heel graag, maar het lijkt ook wel of sommigen een warmer contact ook niet gewend zijn en onwennig vinden. Het voelt ook niet zo erg als een sangha, vind ik. Misschien zou het juist ook goed zijn om daar ook in te investeren.
Iets dat ik hier soms trouwens ook wel eens kan missen is het geknuffel dat ik in Nederland en zeker ook in onze sangha zo fijn vindt. Want dat werkt hier echt anders, knuffelen. Hogere drempels, misschien de puriteinse inslag? En als er dan geknuffeld word, dan merk ik dat dat voor de meeste Amerikanen toch wel onwennig is. Ze zijn veel meer gewend fysiek afstand te houden, en kunnen of durven zich er minder aan over te geven (alhoewel er gelukkig zeker ook heel positieve uitzonderingen zijn). Misschien is hier ook nog missiewerk te doen ;-) In mijn vorige traditie, bij Thich Nhat Hanh, was 'hugging meditation' een echte officiële practice die opgenomen was in het Plum Village Practice Handbook. Mooi is dat toch!
Maar er zijn hier gelukkig natuurlijk ook heel leuke, fijne mensen met wie het wel direct fijn was. Troy bijvoorbeeld, (die afstamt uit een vrij prominente familie die al meer dan 300 jaar deel uitmaakt van de latino gemeenschap hier in Santa Fe), die net in januari zijn monnikswijding heeft gehad, is echt een buddy geworden.
En onder de gasten die aan komen waaien en na een aantal dagen of weken weer uitvliegen zitten ook zulke mooie mensen! Deze week bijvoorbeeld May (een leuke, chique New Yorkse van mijn leeftijd wiens ouders uit de Fillipijnen hier naartoe zijn geïmmigreerd), met wie ik zo'n mooie ontmoeting had! Eigenlijk al bij onze eerste kennismaking ontspon zich een prachtig openhartig en intiem gesprek van 2 uur (op een avond waarop die tijd er ineens wel voor was) waar we allebei wel een beetje verbaasd over waren.
Zoals jullie misschien ook wel kennen van retraites, veel mensen worden hier echt geraakt in hun hart. Bijvoorbeeld door de stilte, de soms adembenemende natuur (New Mexico heeft als bijnaam 'The Land of Enchantment', het land van betovering, en die naam heeft het niet voor niks gekregen), de verfijnde esthetiek die je hier in de gebouwen tegenkomt, de ontwapenende openheid en kwetsbaarheid waarmee mensen zich soms laten zien tijdens council (luisterkring). En ook door de zorg, aandacht, zorgvuldigheid, respect en liefde waarmee niet alles, maar toch best veel hier gebeurt. Dat staat vaak in schril contrast met wat ze zo goed kennen uit hun leven thuis. Mensen worden hier vaak heel open en kunnen zich dan echt op hun mooist laten zien.
Sommigen hebben al een heel mooi, open, warm hart dat hier gelijkgestemdheid voelt waardoor het als vanzelf nog meer gaat stromen. Mininder (ook wel Minnie) bijvoorbeeld, een prachtige, statige dame met stijlvol gekapt grijs haar die in India is opgegroeid, maar al jaren in Kansas woont, en nu het chaplaincy program volgt. Uit de buiging waarmee ze mij (en al mijn mede-residents met mij) bedankte voor ons werk sprak zoveel oprechte dankbaarheid en nederigheid en waardigheid tegelijkertijd. Een hogeschool-buiging, prachtig!
Bij anderen worden er dwars door decennia van vastgeroestheid en aangekoektheid heen snaren in het hart geraakt waarvan ze niet eens meer wisten dat die geraakt konden worden! Ik herinner me bijvoorbeeld de tranen op de dag van vertrek van Betsy en haar man uit Colorado. Hij vertelde me dat hij zich na 5 dagen Upaya 10 jaar jonger voelde, en dat ze vast van plan waren om vaker te gaan komen, ook omdat het 'maar 7 uur rijden' was. Zo ontroerend!!! En dat maakt mij dan weer dankbaar en gelukkig om daar bij te mogen zijn en zelfs aan bij te mogen dragen!
Deze week hadden we sesshin. 5 dagen stilte met zo'n 25 mensen. Een redelijk mild schema, met zo'n 6 uur zazen/kinhin, en dan deden we nog een dharma walk van een uur (iets soortgelijks als de meditatieve wandelingen die Sensei tijdens retraites doet), een uur yoga/physical practice en een uur samu (die ik als oriyoki-serveerder over mocht slaan). Verder waren er voor de liefhebbers nog ' optional sits' van 5.00 uur tot 5.40 uur en van 21.00 uur tot 22.00 uur. Bij die laatste sit was ik de jikido. De sesshin heeft me goed gedaan. Heerlijk, die stilte en diepte! Wij serveerders (5 stuks) aten na het serveren in een ietwat versnelde oriyoki maaltijd (soms samen met de kok), niet op het kussen in de zendo maar aan tafels in de eetruimte. Daarbij heb ik de van jullie gekregen oriyoki-set ook voor het eerst gebruikt. Alhoewel ze in de zendo vast nog beter tot hun recht komen heb ik er echt van genoten. Het rood aan de binnenkant van de bowls en de houtstructuur die je daar nog doorheen ziet is prachtig, en een voor mij prettige bijkomstigheid is dat er in mijn bowls aanmerkelijk meer eten past dan in de zwarte kunststoffen bowls die hier standaard gebruikt worden. (En degenen die met mij op retraite zijn geweest kennen mijn niet geringe eetlust ;-) ) Aan iedereen die het horen wilde heb ik verteld dat het een "gift from my sangha" was, zoals ik hier ook graag vertel dat mijn rakusu-envelope voor me gemaakt is door 3 lieve dames uit mijn sangha.

Wat ik ook heel fijn vind is dat veel mensen hier Sensei kennen. En de manier waarop er hier over haar gesproken wordt, met zoveel warmte, bewondering, respect en liefde doet me altijd goed. Ik ben de tel kwijt geraakt van het aantal mensen dat me heeft gezegd: "You're lucky to have a teacher like that", wat ik overigens altijd volmondig beaam.
En ook de andere links met de sangha thuis doen goed. Eergisteren vertelde Troy tijdens een wandeling over de "three lovely ladies" die Sensei in januari hadden vergezeld naar Upaya, en dat hij het zo mooi had gevonden hoe ze samen in Upaya house een kopje thee dronken of een appeltje deelden. Daarin zag hij iets typisch Europees, iets van Europese beschaving, gemeenschapszin, of gezelligheid. Hij sprak erover met een warmte en waardering die ik dan ook weer heel mooi vond om te horen.
Nou, deze mail is geen half werk geworden, toch? Dat had ik ook niet helemaal zo gepland, maar ja. Als je er lol in krijgt gaat dat soms zo, hè? En ik merk dat ik het nu fijn vind om mijn ervaringen zo onder woorden te brengen en om dit met jullie te delen.
Liefs en een diepe buiging,
Baizan"


Opmerkingen