Ryokan
- 6 mei 2015
- 4 minuten om te lezen
De laatste tijd lees ik gedichten van Ryōkan, en dat raakt me en doet me goed. Ik heb altijd boeken gelezen over zen/boedhisme/meditatie etc., maar voor het eerst ben ik nu echt (zen)poëzie aan het lezen. In plaats van pagina's vol met tekst geniet ik van de ruimte op de pagina's. Waar ik 's avonds altijd een half uur of langer teksten consumeerde lees ik nu wat gedichten, om te blijven hangen bij 1 gedicht (of een paar) dat echt iets in me raakt, en daar een tijdje in te verwijlen (mooi woord :-) ).
Dat wil zeggen, poëzie... Voor zover het dat helemaal is. Ryōkan schrijft hier zelf over:
"Who says my poems are poems?
My poems are not poems.
When you know that my poems are not poems,
Then we can speak of poetry!"
Mooi vind ik dat. Eerst drie keer ontkennen dat het poëzie is om dan toch bij poëzie uit te komen. Waarschijnlijk hing het hem een beetje de keel uit dat zo gauw je iets opschrijft dat op een gedicht lijkt, het op zijn poëtische merites beoordeeld gaat worden, met alle daarbij behorende hokjes, conventies, do's en dont's. Want daar gaat het niet om. Het gaat (mijns inziens) om wat er uitgedrukt wil worden.
Ook zijn benadering van Zen is heel direct en simpel in zekere zin ook tegendraads. Alhoewel hij van goede komaf was en ook best een gestudeerd man was, heeft hij niet veel op met intellectuele verhandelingen over de dharma.
"Even if you consume as many books
As the sands of the Ganges
It is not as good as really catching
One verse of Zen.
If you want the secret of Buddhism
Here it is: Everything is in the Heart!"
Ryōkan was ook een excentriekeling. Hij leefde van 1758 tot 1831 in Japan. Vanaf zijn 19e was hij monnik, zo'n 15 jaar later was hij zenmeester. Daarna was het logisch geweest om ergens abt van een klooster te worden. In plaats daarvan begint hij een 5 jaar durende reis door Japan, om daarna neer te strijken in een hut op een berg in de buurt van zijn geboortedorp. En alhoewel hij soms eenzaam is, is hij daar ook gelukkig.
"I sit quietly, listening to the falling leaves -
A lonely hut, a life of renunciation.
The past had faded, things are no longer remembered,
My sleeve is wet with tears."
Hij noemde zichzelf 'Daigu', grote dwaze. Hij besteedde zijn tijd vooral met meditatie, bedelen, spelen met de kinderen uit de omliggende dorpen en sake drinken met vrienden en met de plaatselijke boeren. En met in de natuur zijn, hij kon zich helemaal verliezen in het zien van de maan en dan alles vergeten.
"At night, deep in the mountains,
I sit in meditation.
The affairs of men never reach here:
Everything is quiet and empty,
All the incense has been swallowed up by the endless night.
My robe has become a garment of dew.
Unable to sleep, I walk into the woods -
Suddenly, above the highest peak, the full moon appears."
De naam Ryōkan is zijn dharmanaam. 'Ryō' betekent goed, 'Kan' betekent vrijgevigheid en ruimhartigheid. Hij stond bekend om zijn eenvoud en zachtmoedigheid. Het volgende verhaal is beroemd in zenkringen.
Ryōkan wordt door zijn zus uitgenodigd om op bezoek te komen omdat haar zoon dreigt te ontsporen. Aangezien haar broer zo'n gerespecteerd en wijs man is denkt ze dat hij haar zoon wel verstandige en overtuigende dingen te vertellen zal hebben. Ryōkan komt inderdaad op bezoek. Ze eten en drinken samen, maar Ryōkan rept met geen woord over het gedrag van zijn neefje. Ryōkan blijft slapen, maar ook de volgende dag begint hij niet over de misdragingen van de jongen. Wanneer Ryōkan klaar is om weer te vertrekken helpt zijn neefje hem om zijn strosandalen vast te binden. Over zijn ooms voeten heen gebukt voelt hij een warme druppel op zijn hoofd vallen. Hij kijkt omhoog en ziet dat bij oom Ryōkan de tranen over de wangen rollen. Volgens het verhaal betert de jongen daarna inderdaad zijn leven.
Wat het werk van Ryōkan voor mij misschien wel zo krachtig en overtuigend maakt is dat zijn leven en zijn zen zo van elkaar doordrongen zijn. Zijn gedichten over zijn liefde voor de natuur en voor zijn simpele leven gaan net zozeer over zen als zijn meer formele zenleringen. Ze gaan allebei over loslaten, over niet-doen, over vertrouwen en helderheid. Of misschien wel over iets diepers dat zich zelfs niet laat vangen in zulke kreten. Soms begrijp ik zijn woorden en beelden niet eens helemaal, maar tegelijkertijd heb ik dan het gevoel dat dat niet zoveel uitmaakt omdat ik wel voel dat er iets diepers mee geraakt word. Iets dat zich misschien wel niet eens echt laat begrijpen. Soms openen zijn gedichten een ruimte in mij waarvan ik voel dat die heel wezenlijk is, en bevrijdend werkt.
Ik eindig deze post met een aantal van Ryōkan's pareltjes.
"Keep your heart clear and transparent
And you will never be bound.
A single disturbed thought, though,
Creates ten thousand distractions.
Let myriad things captivate you
And you'll go further astray.
How painful to see people
All wrapped up in themselves."
"The rain has stopped, the clouds have drifted away,
and the weather is clear again.
If your heart is pure, then all things in your world are pure.
Abandon this fleeting world, abandon yourself,
Then the moon and the flowers will guide you along your Way."
"The flower invites the butterfly with no-mind;
The butterfly visits the flower with no-mind.
The flower opens, the butterfly comes;
The buttefly comes, the flower opens.
I don't know others,
Others don't know me.
By not-knowing we follow nature's course."
"LIke a drifting cloud,
Bound by nothing:
I just let go
Giving myself up
To the whim of the wind."
p.s. De Engelse vertalingen zijn van John Stevens uit "Dewdrops on a Lotus Leaf" en "One Robe, One Bowl".


Opmerkingen